Advertenties

« Terug naar het nieuws

Gezondheid

Natuurlijke aanpak of toch medische begeleiding?

18-10-2026 682
Ik ben altijd sterk geïnteresseerd geweest in de natuur. Jarenlang woonde ik in een natuurreservaat, waar ik de namen kende van vrijwel alle bomen, vogels en zoogdieren om mij heen. Op een vroege zomerochtend, wanneer ik mijn duiven laat trainen, kan ik intens genieten van de opkomende zon. Dan overvalt mij vaak een gevoel van geluk en dankbaarheid dat ik een piepklein onderdeel mag zijn van deze indrukwekkende natuur. Hoe meer ik de natuur bestudeer, hoe groter mijn ontzag wordt voor de perfecte samenhang ervan. Neem bijvoorbeeld mieren die bladluizen beschermen, verzorgen en als het ware ‘melken’, net zoals een boer zijn koeien houdt. Zulke voorbeelden laten zien hoe ingenieus de natuur in elkaar zit.

Ook de duif is een medebewoner van deze aarde, een dier waarmee ik al sinds mijn jeugd een sterke band heb. De duif is een bijzonder dier: sterk, snel en in staat grote afstanden af te leggen. Een duif die ontsnapt aan een aanvallende havik is een indrukwekkend schouwspel. Net zo indrukwekkend is een thuiskomende duif die zich als een vallend balletje uit de lucht laat zakken en vlak voor de klep perfect afremt. Ik kan daar enorm van genieten en zo bezit de duif nog tal van eigenschappen die ik bewonder.

Ruim een eeuw geleden ontstond het idee om met duiven wedstrijden te organiseren. Voor mij komt daarin alles samen: bewondering voor een bijzonder dier en de spanning van competitie. Wanneer daar ook nog wederzijdse affectie en samenwerking tussen mens en duif bij komen kijken, raakt mij dat telkens weer. Daarom ben ik duivenmelker geworden. Juist de combinatie van bewondering voor de duif en het wedstrijdelement maakt deze sport voor mij zo mooi.

De uitdagingen in de moderne duivensport
We vragen als duivenliefhebbers veel van onze duiven. Dat besef ik al zolang ik duiven houd, inmiddels 55 jaar. Daarom heb ik mij altijd intensief verdiept in het gezond houden van duiven. Dat begint al bij de huisvesting. Veel duiven verblijven in hokken die niet optimaal geventileerd zijn en brengen daar een groot deel van de dag door.

Tijdens het vliegseizoen komen daar de stress van het vervoer, voer dat tijdens het transport door uitwerpselen wordt vervuild en de zware inspanningen van de wedstrijden nog bij. Al deze factoren ondermijnen de natuurlijke weerstand. Alles bij elkaar is het bijna een wonder dat er onder wedstrijdduiven niet veel vaker ziekte-uitbraken voorkomen. Naar mijn mening is die grote weerstand mede het resultaat van jarenlange selectie: zwakke duiven verdwijnen, sterke duiven blijven over. Onze duiven leven tegenwoordig in veel opzichten onder onnatuurlijke omstandigheden. Is het dan verstandig om hen zonder enige bescherming aan wedstrijden te laten deelnemen? En wat zijn eigenlijk de voor- en nadelen van preventieve medicatie? Dat zijn vragen die iedere duivenliefhebber zichzelf zou moeten stellen.

Overstap naar een natuurlijke methode
In de jaren tachtig kreeg dit onderwerp veel aandacht, onder meer door het boekje “Duiven houden, ja natuurlijk” van Ton van den Brink. Dat de methode die hierin wordt beschreven goed is voor duiven, daar twijfel ik niet aan. Ik begon dan ook al snel met het kiemen van granen.

(Afbeelding: Gekiemde Mungbonen (bekend als taugé in de Chinese keuken))

Toen ik vervolgens een advertentie las van iemand die een compleet systeem van natuurlijke begeleiding aanbood, nam ik contact met hem op. Hij legde mij zijn methode uit en zijn verhaal klonk overtuigend. Daarom besloot ik zijn advies op te volgen. De basis van zijn systeem bestond toen al uit knoflook, aangevuld met enkele andere producten die de conditie zouden verbeteren en de weerstand zouden verhogen.

In die periode voelde ik mij, net als veel andere duivenliefhebbers, ontevreden en zelfs enigszins schuldig omdat ik wekelijks medicijnen gebruikte. De voorstander van de natuurlijke aanpak had een sterk verhaal en wist mij ervan te overtuigen om over te stappen op zijn methode en de medicatie achterwege te laten. Ik besloot om het volgend seizoen te starten met de natuurlijke begeleiding. De winter zou ik gebruiken om een natuurlijk fundament bij de duiven te creëren. Tegen mijn duivenvrienden vertelde ik ondertussen dat ik duivensport voortaan puur natuur ging beoefenen. Ik had echt het gevoel dat dit de juiste weg was.

De duiven kregen tijdens de rui regelmatig gekiemde granen, veel knoflook in het drinkwater afgewisseld met Molkosan (melkwei) en een soort eiwitpoeder. Ook startte ik die winter met het geven van in kleine stukjes gesneden wortelen en uien. De duiven kwamen werkelijk geweldig door de rui. Ze glommen als "snottebellen in de maneschijn". Menig duivenliefhebber die mijn duiven in die winter zag, sprak vol verbazing zijn verwondering uit. Wat zagen de duiven er geweldig uit!!

(Afbeelding: Knoflook - het meest bekende natuurproduct bij duivenliefhebbers)

De praktijktest: Twijfels op de midfond
Dat voorjaar koppelde ik mijn duiven en aanvankelijk verliep alles uitstekend. De jongen groeiden voorspoedig op en de prestaties waren goed. Toch merkte ik vlak voor de start van de midfond dat enkele duiven af en toe met hun ogen knepen, aan hun kop krabden en geeuwden.

Na een zware vlucht vanuit Peronne met een harde noordoostenwind kwamen ze bovendien opvallend vermoeid thuis. Toen begon de twijfel. Ik had immers bewust gekozen voor een volledig natuurlijke begeleiding, zonder medicatie. Maar ik voelde dat er iets niet in orde was. Moest ik nu al terugkomen op mijn beslissing, of dit zien als natuurlijke selectie waarbij alleen de sterksten overblijven?

Voor de volgende vlucht vanuit Creil hield ik daarom een deel van de ploeg thuis. Het resultaat was echter teleurstellend en de duiven kwamen in slechte conditie terug. De twijfel werd alleen maar groter. Ik beschikte destijds over een sterke stam duiven, afkomstig uit bewezen toplijnen die op alle afstanden uitstekend presteerden. Kon ik het verantwoorden om zulke kwaliteitsduiven simpelweg op overleving te gaan selecteren? Uiteindelijk besloot ik toch in te grijpen. Vijf dagen lang gaf ik een geelkuur over het voer en daarnaast een ornithosepreparaat via het drinkwater. Het effect was verbluffend. Binnen enkele dagen vlogen de duiven weer als vanouds en de zaterdag daarop volgde een topuitslag.

Toch wilde ik mijn avontuur met natuurlijke begeleiding nog niet direct als mislukt beschouwen. Ik redeneerde dat de oude duiven jarenlang medische ondersteuning hadden gehad en daardoor mogelijk minder natuurlijke weerstand hadden opgebouwd. De jonge duiven daarentegen waren zonder enige medicatie grootgebracht uit kerngezonde ouders. Op hen wilde ik mij daarom verder richten. Die gedachte stelde niet alleen gerust, maar gaf mij ook een reden om het natuursysteem nog niet helemaal los te laten.

De jonge duiven en de les van 'De Witkop'
Ik had ongeveer dertig prachtige jongen rondvliegen. Ze trainden uitstekend, zagen er gezond uit en begonnen het seizoen veelbelovend. Na een goede eerste prijsvlucht werden de prestaties echter elke week minder. Grote problemen zag ik niet, al waren de neusdoppen en oogranden niet meer zo krijtwit als voorheen.

Op de vierde vlucht ging het mis. De jongen kwamen bijzonder slecht naar huis en die avond ontbraken er nog zo'n tien, waaronder enkele van mijn grootste favorieten. Dat deed pijn. Toch hield ik mezelf voor dat dit nu eenmaal selectie was: als twintig duiven wel thuis konden komen, waarom die tien dan niet? Achteraf besef ik dat ik daarmee vooral probeerde het natuursysteem te verdedigen en mijn eigen twijfels te negeren.

Op dinsdag werd, zo'n dertig kilometer van mijn huis, de Witkop opgevangen. Vanaf zijn geboorte was dit mijn grote favoriet geweest. De man die hem had gevonden, liet zijn eigen jonge duiven zien, die kerngezond waren en vertelde dat hij ze na iedere vlucht tegen ornithose behandelde.

Op de terugweg voelde ik een groeiende onvrede. Waar was ik eigenlijk mee bezig? Was dit nog duivensport, of probeerde ik een soort superduif te kweken die iedere besmetting moest kunnen weerstaan? Ik besefte dat een volledig natuurlijke aanpak voor mij geen haalbare weg was. Ik had er alles aan gedaan om de duiven zonder medicatie gezond te houden, maar het contrast met de vitale jonge duiven van de opvanger van de Witkop gaf uiteindelijk de doorslag. Vanaf dat moment besloot ik ook mijn jonge duiven weer medisch te begeleiden.

De week daarop besloot ik alle jongen inclusief de Witkop weer in te korven en het resultaat was weer goed. Ook de Witkop zat tussen de eerste duiven. De zaterdag daarop was de Witkop mijn eerste duif. Helaas verspeelde hij met enkele seconden de eerste prijs omdat hij schrok van bezoek. Maar die Witkop won datzelfde jaar een wandklok op drie jonge duivenvluchten met een afstand tussen 350 en 450 km. Deze drie vluchten waren alle drie echt loodzwaar. De temperatuur was dik boven de 30 graden. Op alle drie de vluchten won de Witkop de eerste prijs met enkele minuten voorsprong.

Wat een superduif! Ik zal hem nooit vergeten. Niet alleen omdat hij zo goed presteerde, maar ook omdat hij mij geleerd heeft hoe gevaarlijk en onzinnig het is om als duivenliefhebber preventieve medicatie te zien als iets negatiefs.

Infectiedruk en het verenigingsleven
Ik betwijfel sterk of er werkelijk duiven bestaan die immuun zijn voor ornithose, paratyfus en andere besmettelijke duivenziekten. Natuurlijk zullen er liefhebbers zijn die weinig of geen medicatie gebruiken, maar dat is vooral haalbaar wanneer de infectiedruk laag is.

Juist daarin bestaan grote verschillen tussen verenigingen. In sommige clubs zitten de duiven van een liefhebber vrijwel altijd bij elkaar in dezelfde mand, terwijl in andere verenigingen de duiven van kampioenen zelfs apart worden ingekorfd. De kans op onderlinge besmetting is daar vanzelfsprekend veel kleiner.

In onze vereniging werkt dat anders. Hier worden de duiven over meerdere manden verdeeld, waardoor ze wekelijks met een groot deel van de duivenpopulatie van de club in contact komen. Het verschil in infectiedruk met de eerdergenoemde situaties spreekt voor zich. Om deze verschillen te verkleinen, zou de NPO moeten streven naar uniforme inkorfregels voor alle verenigingen. Dat zou niet alleen zorgen voor meer vergelijkbare gezondheidsomstandigheden, maar ook bijdragen aan een eerlijkere duivensport.

(Afbeelding: Usnea (Baardmos) - effectief tegen schimmels en het geel)

Ik geloof dat de natuur veel te bieden heeft voor een gezond duivenbestand. Ik geloof in de waarde van gekiemde granen, knoflook en bepaalde kruidenpreparaten. Maar door schade en schande heb ik ook geleerd dat zelfs de beste verzorging geen bescherming biedt tegen alle besmettingen die duiven onderweg kunnen oplopen.

Zelfs de sterkste sportduif kan ziek worden. Dat werd ooit treffend bevestigd door de legendarische Huib Oostenrijk. Zijn zware fond duiven waren jarenlang geselecteerd op gezondheid, overlevingskracht en prestaties onder de zwaarste omstandigheden. Toch vertelde hij mij eens dat hij in korte tijd vrijwel al zijn toppers had verspeeld voordat bleek dat een paratyfusbesmetting zijn hok had getroffen. Als zelfs zulke uitzonderlijk sterke duiven niet onaantastbaar zijn, dan is dat een les die iedere liefhebber ter harte zou moeten nemen.

Tot besluit: Mijn huidige visie (2026)
Sindsdien selecteer ik op duiven die niet alleen goed presteren, maar ook jarenlang vitaal en gezond blijven. Daarbij ondervinden zij geen problemen van de beperkte medische begeleiding die ze tijdens hun sportcarrière krijgen. Daar voel ik mij goed bij, en belangrijker nog: mijn duiven ook. Die les heb ik destijds geleerd van de Witkop.

Dat neemt niet weg dat ik altijd ben blijven openstaan voor natuurlijke producten die het gebruik van traditionele medicijnen kunnen verminderen of misschien ooit zelfs vervangen. Zo heb ik dit seizoen (2026) opnieuw verschillende natuurlijke producten toegepast. Daarbij heb ik ervaren dat er de afgelopen jaren op dit gebied grote vooruitgang is geboekt. De werkzaamheid tegen schimmels en het geel mag zonder meer goed worden genoemd.

(Afbeelding: Gember wordt ook veel gebruikt in kruidendranken voor duiven)

Tegen bepaalde luchtweginfecties – in duivenmelkersjargon ook wel ‘problemen met de koppen’ genoemd – moet je naar mijn mening echter extra alert blijven. Voor deze aandoeningen zijn momenteel nog geen natuurproducten beschikbaar die voldoende effectief zijn. Zeker bij vluchten onder zware omstandigheden, zoals hoge temperaturen en oostenwind, doe je duiven er geen plezier mee om ze te laten vliegen wanneer ze last hebben van de koppen.

Voor mij ligt de uitdaging daarom niet in het volledig afwijzen van medicijnen, maar in het verantwoord combineren van natuurlijke ondersteuning, doordachte selectie en medische begeleiding waar dat echt nodig is.

Door Martin van Zon
Dit artikel is een geactualiseerde en deels herziene versie van een reeks artikelen die oorspronkelijk verscheen in Het Spoor der Kampioenen (winter 2011-2012). Gepubliceerd in de Nieuwsbulletin van de 
Stichting behoud Duivensport Nr.8 – Augustus 2026
Delen