Advertenties

« Terug naar het nieuws

Nieuws

Kijken we de andere kant op? De terechte zorgen van een liefhebber?

21-08-2026 498
Waar zijn we mee bezig in de duivensport? – verliezen van jonge duiven, transport en de toekomst van onze sport

Geacht bestuur,

Ik loop al jaren met de gedachte om dit eens op papier te zetten. Niet om iemand persoonlijk aan te vallen, maar omdat ik mij grote zorgen maak over de toekomst van onze duivensport. Velen van jullie kennen mij als  duivenliefhebber. Anderen kennen mij vanwege het bouwen van duivenhokken, onder andere de Martin van Zon-hokken. Daarnaast ben ik de afgelopen jaren bij veel liefhebbers geweest om te helpen wanneer de duiven niet gezond bleven, wanneer er problemen waren met de verluchting of wanneer er regelmatig kopproblemen ontstonden. Ik ben bij veel liefhebbers geweest, waaronder verschillende tophokken. Ik heb daar aanpassingen gedaan aan de verluchting en de manier waarop een hok functioneert. Gelukkig heb ik daarmee veel liefhebbers kunnen helpen. Sommige van deze hokken zijn later uitgegroeid tot zeer succesvolle hokken.

Mijn passie ligt bij de verluchting van duivenhokken en bij het functioneren van de duif. Ik houd mij hier inmiddels ongeveer 15 tot 20 jaar intensief mee bezig. Een hok moet kunnen reageren op de omstandigheden
Een aantal jaren geleden werd ik gebeld door een zeer bekende liefhebber. Het lukte daar niet om de jonge duiven goed over te houden en met de jongen kopprijzen te vliegen, terwijl de kwaliteit van de duiven en de liefhebber absoluut aanwezig waren. We hebben het hok aangepast en geprobeerd het multifunctioneel te maken. Met multifunctioneel bedoel ik niet dat een hok 365 dagen per jaar exact hetzelfde moet functioneren. Integendeel.

Een hok moet je kunnen regelen naar de omstandigheden van dat moment. Windrichting, temperatuur, vochtigheid en andere weersomstandigheden hebben invloed op het functioneren van een hok en daarmee op de duif.

Ik geloof daarom sterk in het principe: 
Elke verandering is geen verbetering. Wanneer ik bij een liefhebber iets verander, zie ik soms eerst een terugval. Duiven kunnen bijvoorbeeld tijdelijk kopproblemen krijgen. Dat betekent niet automatisch dat de verandering verkeerd is. Soms moeten oude duiven juist weer terug naar de basis. Daarbij ben ik er absoluut geen voorstander van om problemen voortdurend met medicijnen op te lossen. Kijk maar eens naar uw kwekers. Veel kwekers zitten in een omgeving waar ze veel frisse lucht en zuurstof krijgen, bijvoorbeeld in een ren of volière. Ze glanzen vaak. Maar vervolgens gaan onze jonge duiven in peperdure vervoerscontainers die naar mijn mening onvoldoende vanuit het perspectief van de duif zijn ontworpen. Daar maak ik mij grote zorgen over.

De verliezen van jonge duiven
De verliezen van jonge duiven zijn naar mijn mening een steeds groter probleem aan het worden. Ik houd mij hier al ongeveer 15 tot 20 jaar mee bezig en ik vind het verschrikkelijk om te zien hoeveel jonge duiven onderweg verloren gaan. Wat mij misschien nog wel het meest boos maakt, is dat er binnen de NPO middelen beschikbaar zijn om onderzoek te doen en problemen aan te pakken, maar dat er naar mijn mening onvoldoende gebeurt. 

Met mijn ervaring en de resultaten die ik bij verschillende liefhebbers heb gezien, heb ik nooit vanuit de NPO of een afdeling de vraag gekregen: “Brandy, jij bent hier al jaren mee bezig. Wil jij eens met ons meekijken naar dit probleem?” Dat vind ik onbegrijpelijk. Ik wil daarom nu zelf die stap zetten. Wanneer ik op donderdag of vrijdag mijn jonge duiven opnieuw inkorf, zeg ik soms tegen mijn duiven: “Sorry vriendjes. Jullie gaan die koelkast weer in. Ik hoop dat je een beetje goed komt te zitten en morgen op tijd bent.” Dat klinkt misschien hard, maar zo voelt het voor mij. Ik weet dat er veel goede mensen in onze sport actief zijn en dat vervoerders hun best doen. Mijn kritiek is daarom niet persoonlijk gericht tegen individuele chauffeurs of liefhebbers.

Mijn vraag is vooral:
Hebben wij de manier waarop wij onze duiven vervoeren nog wel voldoende afgestemd op wat een duif daadwerkelijk nodig heeft? Een voorbeeld uit mijn eigen ervaring Vorige week heb ik mijn jonge duiven op Hirson ingekorfd. Hirson vind ik persoonlijk een lastige losplaats en ik vraag mij af waarom hier onder bepaalde omstandigheden nog steeds wordt gelost. Ik had 25 duiven verdeeld over twee manden. Van de ene mand hadden slechts 2 of 3 duiven prijs. De rest was te laat of nog niet terug. De laatste mand die ik aanbracht, kreeg een andere plaats in de vrachtwagen. Van de 15 duiven uit die laatste mand hadden er 8 prijs. Is dat toeval? Misschien. Maar ik geloof daar niet zomaar in.

Wanneer duiven uit dezelfde hokken, onder dezelfde omstandigheden, op dezelfde vlucht zo'n verschil laten zien afhankelijk van hun plaats in het transport, dan moeten we daar onderzoek naar doen. Niet wegkijken. Onderzoeken.

Mijn voorstel
Daarom wil ik de NPO en de betreffende afdeling iets concreets voorstellen. Geef mij één vervoerscontainer. Ik ben bereid om deze desnoods zelf met mijn vrachtwagen op te halen. Geef mij de mogelijkheid om deze container vanuit mijn kennis en ervaring aan te passen en vervolgens samen te onderzoeken wat het effect daarvan is. Mijn overtuiging is dat we met een betere manier van ventileren en het beter beheersen van de omstandigheden in de container de verliezen van jonge duiven aanzienlijk kunnen verminderen. Ik durf zelfs de uitspraak te doen dat een vermindering van 40 tot 50 procent mogelijk moet kunnen zijn. Dat is een stevige uitspraak. Maar ik zeg dit niet zomaar.

Ik ben ervan overtuigd dat ik na zoveel jaren ervaring met duivenhokken en verluchting weet wat een duif nodig heeft. De fabrieken die deze containers bouwen, maken technisch gezien misschien een uitstekend product.

Maar mijn vraag is:
Hoeveel kennis van de duif zelf zit er daadwerkelijk in het ontwerp? Dan nog iets over de toekomst van onze sport Ook over de financiële kant maak ik mij zorgen. Als wij willen dat de duivensport over 10 of 20 jaar nog bestaat, moeten we ervoor zorgen dat liefhebbers het financieel kunnen blijven opbrengen.

Volgens de bedragen die ik onder ogen krijg, ontvangt de vervoerder per duif bijvoorbeeld ongeveer:
Nederland: €0,25 per duif
België: €0,35 per duif
Frankrijk: €0,45 per duif

Terwijl er vervolgens nog een aanzienlijk bedrag per duif overblijft voor de NPO en de afdelingen. Als er daarnaast opnieuw een dieseltoeslag van €0,20 per duif wordt gerekend, loopt dat snel op.

Bij 3.500 duiven is €0,20 per duif bijvoorbeeld:
3.500 × €0,20 = €700 per vracht.

Ik begrijp heel goed dat diesel duur is. Maar ik weet ook wat transport daadwerkelijk kost. Ik rijd zelf met een Mercedes Actros met oplegger en ben voor een rit heen en terug naar Hirson ongeveer €756 kwijt. Daarom vind ik dat de totale kostenstructuur voor de liefhebber transparant moet zijn. 

  • Waar gaat iedere euro per duif naartoe?
  • Hoeveel gaat naar transport?
  • Hoeveel naar de NPO?
  • Hoeveel naar de afdeling?
  • En hoeveel wordt daadwerkelijk geïnvesteerd in de toekomst van onze sport, onderzoek, transport en het welzijn van onze duiven?
Mijn vraag aan de NPO en de afdelingen
Ik wil geen discussie voeren om de discussie. Ik wil oplossingen.

Ik wil dat er serieus gekeken wordt naar:

  1. De verliezen van jonge duiven.
  2. De omstandigheden in vervoerscontainers.
  3. De ventilatie en temperatuur in de containers.
  4. De invloed van de plaats van een mand in een vrachtwagen.
  5. De losplaatsen en omstandigheden waaronder wordt gelost.
  6. Onafhankelijk onderzoek naar de oorzaken van verliezen.
  7. De financiële opbouw van de vervoerskosten.
  8. De manier waarop de beschikbare middelen worden ingezet voor de toekomst van de duivensport.
En vooral wil ik dat er wordt geluisterd naar mensen die dagelijks met de duif bezig zijn. Ik leef, net als veel anderen, van en voor de duivensport. Maar als we zo doorgaan, ben ik bang dat steeds meer liefhebbers afhaken. En dan graven we uiteindelijk ons eigen graf.

De toekomst van de duivensport ligt niet alleen bij de liefhebber. De toekomst ligt bij de NPO en de afdelingen. Maar dan moeten we wel bereid zijn om naar problemen te kijken voordat het te laat is. Ik ben daarom bereid om mijn kennis, ervaring en tijd beschikbaar te stellen.

Geef mij één container.
Laat mij deze aanpassen.
Laat ons vervolgens meten, testen en vergelijken.
Niet praten, maar onderzoeken.

Want uiteindelijk gaat het niet om mijn gelijk. Een eerlijk concours begint vóór de lossing Als wij spreken over een eerlijk nationaal concours, moeten we volgens mij bij het transport beginnen. Iedere duif moet onder dezelfde, optimale omstandigheden naar de losplaats worden gebracht. Niet de ene mand op een plek waar de ventilatie optimaal is en een andere mand op een plek waar de temperatuur, luchtstroom of luchtkwaliteit anders is. De containers moeten daarom zo worden ontworpen en gebruikt dat iedere duif, ongeacht de plaats van de mand in de vrachtwagen, onder dezelfde omstandigheden wordt vervoerd. Een nationaal concours hoort uiteindelijk te worden beslist door de kwaliteit en conditie van de duif en de prestatie tijdens de vlucht. Niet door de vraag in welke container of op welke plek in de vrachtwagen de duif heeft gestaan.
Daarom pleit ik voor een vervoerssysteem waarbij iedere container technisch aantoonbaar dezelfde omstandigheden biedt: voldoende verse lucht, een goede luchtverdeling, beheersbare temperatuur en zo weinig mogelijk verschillen tussen de verschillende posities.

Als we dat niet voor elkaar krijgen, kunnen we ons afvragen of een nationaal concours werkelijk onder gelijke omstandigheden wordt georganiseerd. Mijn doel is daarom niet alleen om de verliezen van jonge duiven te verminderen. Mijn doel is om te komen tot een eerlijker concours voor iedere liefhebber en iedere duif. Want iedere duif verdient dezelfde kans om in topconditie aan de start te verschijnen. De toekomst van de duivensport moet betaalbaar blijven. Ik leef voor de duivensport en ik leef ervan. De duivensport is voor mij geen hobby die je er zomaar even bij doet. Het is mijn passie, mijn werk en mijn dagelijks leven. Juist daarom maak ik mij grote zorgen over de kosten die steeds verder oplopen.

Ik wil niet dat de NPO verandert in een soort nieuwe Belastingdienst voor de duivensport. De NPO en de afdelingen zijn er volgens mij in de eerste plaats voor de liefhebber en voor het voortbestaan van onze sport. Natuurlijk moeten er kosten worden gemaakt en natuurlijk moeten vervoerders, organisaties en medewerkers betaald worden. Maar er moet een gezonde verhouding blijven. De sport moet betaalbaar blijven voor de gewone liefhebber. Want als de kosten blijven stijgen, zullen steeds meer mensen stoppen. En iedere liefhebber die stopt, krijgen we misschien nooit meer terug. Daarom zeg ik tegen de NPO en de afdelingen:
Kijk niet alleen naar wat er financieel binnenkomt. Kijk vooral naar hoeveel liefhebbers we over tien jaar nog hebben. Een volle kas betekent niets als de sport langzaam leegloopt.

Ik wil daarom dat er openheid komt over de kosten per duif en over waar het geld daadwerkelijk aan wordt besteed. Geld dat door liefhebbers wordt opgebracht, moet naar mijn mening zoveel mogelijk terugvloeien naar het verbeteren en behouden van de duivensport. Als wij niet samen tot een betaalbare, eerlijke en gezonde toekomst kunnen komen, ben ik bang dat liefhebbers uiteindelijk zelf naar alternatieven gaan zoeken. Dan zouden we ons zelfs kunnen gaan afvragen of er behoefte ontstaat aan een nieuwe, onafhankelijke bond, opgericht vanuit de liefhebbers zelf. Dat is niet wat ik hoop. Ik wil liever dat we het samen oplossen. Ik wil geen strijd met de NPO. Ik wil een sterke NPO die naast de liefhebber staat en niet tegenover de liefhebber.

Het lossen van jonge duiven: anticiperen op de wind
Het laatste punt dat ik hierover wil maken, gaat over het lossen van de jonge duiven.

Mijn mening is heel simpel:
Hoe meer jonge duiven er thuiskomen, hoe beter dat is voor iedereen. Voor de liefhebber, voor de duif, maar uiteindelijk ook voor de NPO en de afdelingen. Iedere jonge duif die verloren gaat, betekent immers ook een liefhebber die teleurgesteld raakt en mogelijk uiteindelijk stopt met de sport. Daarom vind ik dat we veel meer moeten anticiperen op de windrichting.

Waarom zouden we iedere keer dezelfde losplaatsen moeten gebruiken als de omstandigheden duidelijk veranderen? 

  • Bij oostenwind zou je bijvoorbeeld kunnen overwegen om de jonge duiven meer richting de Duitse grens te lossen. 
  • Bij westenwind kun je juist meer westelijk gaan staan.
  • Bij noorden- of zuidenwind moet je opnieuw kijken naar de meest gunstige losplaats en vliegroute.Voor onze jonge duiven is dat ontzettend belangrijk.
  • Bij oostenwind krijgen onze duiven bijvoorbeeld te maken met het IJsselmeer. Ze kunnen daardoor een verkeerde kant van het IJsselmeer kiezen en vervolgens veel moeilijker terugkomen.
Mijn vraag aan de NPO en de afdelingen is daarom:
Waarom anticiperen we niet veel meer op de actuele weersomstandigheden en windrichting? We hebben tegenwoordig alle weersinformatie beschikbaar. We kunnen windrichting, windsnelheid, temperatuur en andere omstandigheden vooraf bekijken. Gebruik die informatie dan ook om de beste losplaats voor de duif te bepalen.

Het doel moet niet zijn:
“We moeten vandaag op deze plaats lossen.”

Het doel moet zijn:
“Waar kunnen onze jonge duiven vandaag de grootste kans krijgen om veilig en gezond thuis te komen?”
Dat is volgens mij waar het om zou moeten draaien.

Want uiteindelijk geldt maar één ding:
Hoe meer jonge duiven thuiskomen, hoe langer onze duivensport blijft bestaan.
En dat is in het belang van iedereen: de liefhebber, de duif, de afdelingen én de NPO.

Tot slot
NPO en afdelingen, heel kort gezegd:
Wij betalen veel te veel voor het transport van onze duiven. De vervoerscontainers moeten beter. De omstandigheden waarin onze duiven worden vervoerd moeten serieus worden onderzocht en verbeterd.
Daarnaast zijn de kosten voor het inkorven en vervoeren van onze duiven naar mijn mening veel te hoog geworden. Dit kan zo niet langer. Jullie moeten hier zeer spoedig iets aan veranderen. Maak het transport beter, maak de kosten inzichtelijk en zorg ervoor dat de duivensport betaalbaar blijft. Want zonder betaalbare sport verdwijnen de liefhebbers. En zonder liefhebbers bestaat er geen NPO en geen afdeling. Het is tijd om niet alleen naar de inkomsten te kijken, maar naar de toekomst van de duivensport.

Mvgr Brandy Snoeijink
Delen