Onderstaande column en nog veel meer zijn te lezen in het novembernummer van Vlucht naar de Toekomst dat net verschenen is op de website van de stichting behoud duivensport onder nieuws. https://stichtingbehoudduivensport.nl/
Steven van Breemen – Een leven lang kijken, denken en selecteren
Er zijn namen die zo onlosmakelijk met onze sport zijn verbonden dat iedere introductie eigenlijk een overbodige formaliteit wordt. Steven van Breemen is zo iemand.
In de jaren zeventig, tachtig en negentig verwierf hij internationale bekendheid met zijn indrukwekkende prestaties in de duivensport. Met talloze nationale en NPO-overwinningen en het driemaal in vier jaar tijd behalen van het Algemeen Kampioenschap van de NABvP in de jaren negentig vestigde hij zijn naam als topspeler in de internationale duivensport. Ook in de decennia daarna bleef hij nadrukkelijk aanwezig, onder meer via internet en sociale media. Velen zullen zich het internationale duivenblad Winning herinneren, dat tussen 2000 en 2009 online verscheen. Steven was de oprichter en hoofdredacteur.

Daarnaast geniet hij binnen de duivenwereld grote bekendheid vanwege zijn diepgaande theoretische en praktische kennis van erfelijkheid en selectie. Zijn samenwerking met professor Alfons Anker vormde een belangrijk onderdeel van de geschiedenis van De Kunst van het Kweken, dat in 1986 verscheen. Veertig jaar later heeft Steven dit werk verder ontwikkeld tot een omvangrijke leergang waarin zijn eigen praktijkervaringen, inzichten en conclusies een steeds grotere plaats zijn gaan innemen.
Met het maar liefst 2.967 pagina's tellende e-book De Kunst van het Kweken – een Complete Leergang in vier delen krijgt dit levenswerk opnieuw aandacht. Het biedt een mooie aanleiding om stil te staan bij de man achter de kennis: zijn gedrevenheid, zijn manier van denken en zijn niet-aflatende zoektocht naar wat de duivensport werkelijk vooruit kan helpen.
De inmiddels 75-jarige Steven kwam al op negenjarige leeftijd met de duivensport in aanraking. Bij het ouderlijk huis in Laren, Noord-Holland, stond zijn eerste hok en als jeugdige liefhebber was hij lid van PV De Zwaluw. Omdat de grote namen in de duivensport destijds vooral in België te vinden waren, trok Steven er op zestienjarige leeftijd samen met zijn vrienden Ton Bollebakker en Ton van den Brink op de brommer op uit. Ze bezochten talloze Belgische hokken, op zoek naar goede duiven. Het tekende al vroeg zijn gedrevenheid en nieuwsgierigheid: zelf op onderzoek uitgaan om met eigen ogen te ontdekken waar kwaliteit te vinden was.
Later verhuisde Steven naar Hilversum, waar hij vanaf 1976 aan de Leeghwaterstraat met duiven speelde. Na een onderbreking van enkele jaren maakte hij in 2009 op hetzelfde adres zijn rentree in de wedstrijdsport. Die comeback leverde opnieuw aansprekende resultaten op, waaronder twee maal een NPO-overwinning vanuit Morlincourt.

In 2023 kwam er om gezondheidsredenen een einde aan zijn deelname aan wedvluchten vanaf eigen erf. Hij beschikt tegenwoordig nog over twaalf kweekkoppels. Wie daaruit zou afleiden dat zijn betrokkenheid bij de duivensport daarmee kleiner is geworden, zou echter een belangrijk deel van het verhaal missen. Juist deze verandering heeft hem de gelegenheid gegeven zich op een andere manier en met veel grotere intensiteit in het kweken te verdiepen.
Steven kan terugkijken op een duivensportcarrière van 66 jaar, met tal van hoogtepunten en ook enkele dieptepunten. Twee sportieve prestaties zijn hem in het bijzonder bijgebleven. In 1993 werd hij, tot zijn eigen verrassing, op de laatste vlucht alsnog kampioen van de NABvP. De vlucht werd uitgesteld tot maandag, waarna de duiven uiteindelijk in de regen werden gelost. Steven dacht dat zijn kansen daarmee verkeken waren, maar enkele duiven met de afkomst Willequet/Stichelbaut bleken juist onder deze omstandigheden hun waarde te bewijzen. Zo werd hij geheel onverwachts toch nog kampioen. Ook de jonge duivenvlucht vanuit Orléans in 1989 staat in zijn geheugen gegrift. In de eigen regio won hij tegen ongeveer 3.000 duiven de eerste elf prijzen. Nationaal, in een deelnemersveld van circa 25.000 duiven, eindigden deze elf duiven bovendien bij de eerste 25.
Steven kijkt met voldoening terug op alles wat de duivensport hem heeft gebracht. De duiven voerden hem naar tal van landen, lieten hem kennismaken met andere culturen en brachten hem in contact met mensen die hij anders waarschijnlijk nooit had ontmoet. Toch kent zijn lange carrière ook een andere kant. Succes maakt volgens hem niet altijd geliefd. Wie zijn hoofd boven het maaiveld uitsteekt, merkt dat waardering soms plaatsmaakt voor kritiek en afgunst. Steven heeft naar eigen zeggen een aantal jaren afgezien van deelname aan wedvluchten, omdat hij genoeg had van het geschop en gezeur. Terugkijkend vindt hij dat hij daar misschien anders mee had moeten omgaan. Die jaren brachten echter ook iets anders: samen met zijn vrouw maakte hij mooie reizen, ervaringen die voor hem eveneens van grote waarde zijn geweest.
Het beëindigen van zijn wedstrijdcarrière betekende voor Steven niet dat zijn zoektocht naar kennis tot stilstand kwam. Integendeel. De verandering bood hem een gelegenheid die hij tijdens zijn jaren als wedstrijdspeler nauwelijks had gehad. Met twaalf kweekkoppels, bestaande uit 24 volwassen kweekduiven en hun nestjongen, kon hij tijdens iedere broedperiode zijn duiven veel nauwlettender volgen. Niet alleen het uiterlijk of de prestaties stonden daarbij centraal. Hij kon de ontwikkeling van de jongen, de eigenschappen van de ouders en de verschillen tussen nakomelingen veel intensiever observeren. Hij had tijd om te kijken, terug te kijken, onderlinge verbanden te zoeken en zijn eerdere conclusies opnieuw tegen het licht te houden. Dat vroeg om een andere manier van werken. Waar de wedstrijdsport voortdurend aandacht vraagt voor voorbereiding, prestaties en uitslagen, ontstond nu meer ruimte om de achterliggende biologische processen van het kweken te bestuderen.

Steven is er dankbaar voor dat deze verandering op zijn pad is gekomen. Het stelde hem in staat om de onderdelen van de ‘Biologische Reserve’—het genetische fundament achter de vitaliteit en de diepe energievoorraad van een duif—verder te doorgronden. Hij verdiepte zich intensief in wat kweekwaarde werkelijk bepaalt, hoe dit overerft en hoe je dit als kweker verankert in een stam.
Hiervoor combineerde hij de wetenschap van het Kern-DNA met die van het mitochondriaal DNA (mtDNA). Omdat dit mtDNA uitsluitend via de moederlijn wordt doorgegeven en verantwoordelijk is voor de energiehuishouding in de cellen, vormt het de sleutel tot die biologische reserve. Steven zoekt hiermee nadrukkelijk naar de biologische blauwdruk achter de perfecte prestatieduif, om zo het ontstaan en behouden van vitale postduiven beter te begrijpen.
Een vergelijkbare ontwikkeling herkent Steven in het verhaal van Mauricio Jemal. Toen Jemal werd uitgesloten van deelname aan wedvluchten, ontstond voor hem eveneens een andere situatie, waarin nieuwe mogelijkheden om duiven te observeren en kennis te ontwikkelen naar voren kwamen. Steven kan zich daardoor goed inleven in wat Jemal moet hebben ervaren: soms openen zich juist door een ingrijpende verandering deuren naar kennis die eerder buiten bereik bleven.
Steven onderschat de waarde van de wedstrijdsport beslist niet. Maar het is wel duidelijk dat er naast de beoordeling van vliegprestaties een ander, minstens zo interessant terrein bestaat: het systematisch onderzoeken van kweekwaarde, erfelijkheid en biologische vitaliteit.
De inzichten die hij in deze fase heeft opgedaan, hebben zijn kennis van het kweken van vitalere postduiven verder verdiept. Hij had deze ontwikkeling graag samen met de Wetenschappelijke Onderzoekscommissie (WOWD) en de RUR verder onderzocht. Tot de samenwerking waarop hij hoopte, is het echter niet gekomen. Dat betreurt hij, omdat hij mogelijkheden ziet om zijn langdurige praktijkervaring te verbinden met onafhankelijk onderzoek.
Steven was op verschillende terreinen actief binnen de duivensport. Bestuursfuncties waren niet echt zijn ding; hij omschrijft zichzelf liever als een doener. Met voldoening kijkt hij terug op zijn bijdrage aan de verbetering van de regionale duivencontainer, waarvan de aanpassingen later ook internationaal navolging vonden. Daarnaast voltooide hij een onderzoek naar de invloed van weersomstandigheden op de uitslagen van wedvluchten, kennis waar ook liefhebbers buiten Nederland hun voordeel mee konden doen.
Het tekent Steven: hij wil niet alleen zijn eigen prestaties verbeteren, maar vooral begrijpen waarom iets werkt en hoe anderen daarvan kunnen profiteren. Kennis vergaren, die in de praktijk toetsen en vervolgens verder ontwikkelen, vormt een rode draad in zijn loopbaan. Zijn nieuwsgierigheid gaat daarbij verder dan het verzamelen van waarnemingen. Hij wil uit die waarnemingen verklaringen en conclusies afleiden, om vervolgens te onderzoeken of die conclusies in de praktijk standhouden. Juist in die voortdurende wisselwerking tussen observeren, nadenken, selecteren en opnieuw testen ligt voor hem de kern van de duivensport.
Die houding werd al vroeg gevoed door de boeken van Piet de Weerd, wiens kennis hij tot in de finesses wilde doorgronden. Hij bezocht daarvoor talloze hokken over de hele wereld om met eigen ogen te zien hoe er werd gekoppeld en geselecteerd. Ook zijn ontmoetingen met professor Alfons Anker openden nieuwe deuren naar kennis. De behoefte om niet alleen te weten dát iets werkt, maar vooral te begrijpen waaróm, is hem zijn hele leven blijven vergezellen.
Diezelfde behoefte om kennis te verdiepen en over te dragen komt nadrukkelijk naar voren in het e-book De Kunst van het Kweken – een Complete Leergang. Steven heeft het oorspronkelijke werk uit 1986 verder ontwikkeld tot een leergang van 2.967 pagina's, verdeeld over vier delen. Het resultaat is veel meer dan een verzameling artikelen over duiven kweken. De leergang brengt theorie en praktijk samen en wil de liefhebber helpen om stapsgewijs een beter inzicht te ontwikkelen in erfelijkheid, selectie, observatie en kweekwaarde.
Daarin staat een belangrijk uitgangspunt centraal: goede vliegprestaties zijn niet hetzelfde als een hoge kweekwaarde. Een duif kan uitstekend presteren zonder die kwaliteit in dezelfde mate aan haar nakomelingen door te geven. Omgekeerd kan een duif die zelf niet uitzonderlijk heeft gevlogen, voor de opbouw van een stam van grote betekenis zijn. Voor Steven ligt de werkelijke uitdaging daarom niet alleen in het vinden van duiven die kunnen winnen, maar vooral in het herkennen van duiven die hun waarde in volgende generaties kunnen doorgeven. Een goede vlieger en een goede kweker zijn niet noodzakelijk dezelfde duif. Het duurzaam opbouwen van een stam vraagt om een eigen, doelgerichte manier van selecteren en koppelen.
De leergang moedigt liefhebbers aan om niet uitsluitend af te gaan op uitslagen en stambomen, maar zelf beter te leren kijken, waarnemingen te analyseren en kweekbeslissingen voortdurend te toetsen. Met kennischecks, observatieopdrachten en de mogelijkheid om examen af te leggen, is het werk opgezet als een leertraject waarin de liefhebber zich van beginner tot specialist kan ontwikkelen.

Een werk van deze omvang vraagt niet alleen van de schrijver een enorme investering in tijd en energie, maar ook van de lezer de nodige toewijding. Steven beseft dat zijn leergang slechts een beperkte groep liefhebbers zal aanspreken. Dat weerhield hem er niet van zijn levenswerk te voltooien. Zijn drijfveer is kennis vast te leggen waarvan de duivensport ook generaties later nog profijt kan hebben.
Steven mist liefhebbers met wie hij werkelijk de diepte in kan gaan. Waar hij wil begrijpen waarom een duif vroeg op de klep valt, blijft het gesprek volgens hem vaak steken bij de constatering dát dit gebeurt. Juist het doorvragen, het zoeken naar verklaringen en het toetsen van inzichten is voor hem de essentie van de duivensport. Hij had graag nog eens iemand ontmoet van het kaliber van zijn vroegere leermeesters Piet de Weerd en professor Alfons Anker. Mensen die niet alleen veel wisten, maar die ook de nieuwsgierigheid prikkelden om verder te zoeken en bestaande inzichten kritisch te onderzoeken.
Zijn zorgen gaan ook over de manier waarop kennis tegenwoordig een plaats krijgt in de duivensport. Volgens Steven was er vroeger veel meer diepgaande kennis aanwezig onder liefhebbers en kregen inhoudelijke artikelen in de duivenpers volop ruimte. Tegenwoordig overheerst naar zijn mening de commercie, waarbij liefhebbers worden verleid om veel geld uit te geven aan duiven die ze uitsluitend kennen van een foto en een gelikte stamboom. Goede duiven kweken vraagt volgens hem echter om meer dan geld en mooie papieren. Het vereist kennis, inzicht en het vermogen om kwaliteit te herkennen en te behouden. Wie werkelijk vooruit wil komen, moet bereid zijn tijd te investeren in het observeren van duiven, het bestuderen van hun nakomelingen en het kritisch beoordelen van de eigen kweekresultaten.
Ook de ontwikkeling van de sport baart Steven zorgen. Hij vindt dat de NPO te veel nadruk legt op regelgeving en organisatorische veranderingen, terwijl de gewone liefhebber daardoor juist ontmoedigd kan raken. De grote spelers redden zich volgens hem wel, maar voor de kleinere liefhebber wordt het steeds moeilijker om plezier in de sport te houden. Bovendien mist hij waardering voor mensen die met bijzondere initiatieven proberen de duivensport vooruit te helpen. Zulke mensen zouden volgens hem niet als lastige klokkenluiders moeten worden gezien, maar juist de ruimte en aanmoediging moeten krijgen om hun ideeën uit te werken.
De basis van goed kweken blijft volgens Steven het proces van selecteren, koppelen, observeren en testen, om vervolgens opnieuw te beginnen en telkens een stap verder te komen. Die cyclus heeft hij gedurende zijn lange loopbaan steeds opnieuw doorlopen. In zijn huidige werk met de kweekduiven heeft hij meer tijd gekregen om de onderliggende processen te bestuderen en zijn inzichten verder te verdiepen. Daarmee is ook duidelijk geworden waarom zijn levenswerk niet uitsluitend over het verleden gaat. De kennis die hij heeft vastgelegd, is bedoeld om nieuwe vragen op te roepen, liefhebbers aan het denken te zetten en aanknopingspunten te bieden voor verder onderzoek. Zijn omvangrijke leergang is daarvan een tastbaar bewijs. Of er voldoende liefhebbers zullen zijn die zich werkelijk in de inzichten en ervaringen verdiepen, moet de toekomst uitwijzen. Maar de kennis is vastgelegd en kan worden doorgegeven. Ook kan zij dienen als uitgangspunt voor verder onderzoek naar erfelijkheid, kweekwaarde en de biologische factoren die bijdragen aan vitale postduiven.
Steven hoopt dat ervaren liefhebbers hun kennis niet alleen zelf toepassen, maar ook jonge duivenliefhebbers onder hun hoede nemen en hen met raad en daad verder helpen. Initiatieven zoals het mentorschap van Stichting Behoud Duivensport ziet hij in dat opzicht als een stap in de goede richting.
Wie het verhaal van Steven van Breemen overziet, herkent één duidelijke rode draad: zijn gedrevenheid om de duivensport niet alleen te beoefenen, maar ook beter te begrijpen en voor de toekomst te behouden. Een leven lang heeft hij zich daarvoor ingezet door te observeren, te onderzoeken, kennis te vergaren en die met anderen te delen.
Zijn loopbaan laat bovendien zien dat een verandering die aanvankelijk als een beperking kan worden ervaren, ook nieuwe mogelijkheden kan openen. Het afscheid van de wedstrijdsport heeft hem de ruimte gegeven om zich nog intensiever te verdiepen in de kweekduif en in de vraag hoe erfelijke kwaliteit en biologische reserve kunnen worden herkend, behouden en doorgegeven.
Daarmee biedt zijn levenswerk liefhebbers de mogelijkheid om verder te kijken dan uitslagen en stambomen, kritischer naar hun duiven te leren kijken en beter te begrijpen hoe kwaliteit ontstaat en behouden blijft. Steven heeft zijn zoektocht naar kennis niet voor zichzelf willen houden. Hij heeft zijn ervaringen en conclusies vastgelegd, in de hoop dat anderen ermee verder gaan en dat toekomstige generaties er nieuwe inzichten aan kunnen toevoegen.
Dat is uiteindelijk misschien wel de belangrijkste bijdrage die een ervaren liefhebber aan de duivensport kan leveren: niet alleen laten zien wat hij zelf heeft bereikt, maar ook anderen de gelegenheid geven om verder te komen.
Meer informatie over Steven van Breemen en zijn werk, waaronder het e-book De Kunst van het Kweken – een Complete Leergang, is te vinden op zijn website: stevenvanbreemen.nl
Nog geen reacties. Wees de eerste!